|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Reanimeren is het kunstmatig overnemen van de ademhaling en de bloedsomloop, indien er sprake is van een circulatiestilstand. Indien zowel de ademhaling, als de circulatie weer op gang gebracht moeten worden, spreekt men ook wel over Cardiopulmonaire Resuscitatie (CPR). Om te kunnen leven, is de constante aanvoer van zuurstofrijk bloed van levensbelang. Onze organen kunnen niet functioneren zonder zuurstof. De hersenen zijn het kwetsbaarst: na vier tot 6 minuten zonder zuurstof raakt al een (groot) gedeelte zo beschadigd, dat normaal functioneren misschien niet meer mogelijk is. Het transport van zuurstof via ons bloed kan op twee manieren worden verstoord:
Als er sprake is van een ademhalings-, en circulatiestilstand wordt dit de Klinische dood genoemd. Echter, door zo snel mogelijk te starten met de reanimatie kan de definitieve dood mogelijk worden voorkomen. Het is dus van groot belang dat de reanimatie zo snel mogelijk wordt gestart.
bewerk RichtlijnenIn Nederland vormt de NRR (Nederlandse Reanimatie Raad) het belangrijkste instituut op het gebied van de publicatie van richtlijnen ten aanzien van de reanimatie. De richtlijnen gelden als meest gehanteerde protocollen voor leken. Voor de professional wordt het ABC protocol gehanteerd. De leek volgt de cursus BLS (Basic Life support)/AED (Automatische Externe Defibrillator) ,terwijl de professional (anesthesiemedewerker, IC-verpleegkundige, Ambulanceverpleegkundige) de ALS (Advance Life Support) cursus volgt. De NRR protocollen zijn in Europees verband afgesproken. Internationaal hanteert men meestal ABC protocol hetgeen staat voor Ademhalingswegen vrijmaken, Beademen, Circulatie op gang brengen. Het komt van het Engels: Airway Breathing Circulation. Tegenwoordig uitgebreid met Disability en Expose/protect (ABCDE) (vertaald: invaliditeit en blootstelling/bescherming). bewerk Actuele richtlijnen BLS/AEDIn april 2006 zijn de recente richtlijnen gepubliceerd. Bij een circulatiestilstand is er altijd ook sprake van een ademhalingsstilstand. Daarom controleert men met ingang van augustus 2006 alleen nog maar op de aanwezigheid van ademhaling. De actuele richtlijnen zijn als volgt:
bewerk Oude richtlijnen BLS/AEDTot augustus 2006 werden de volgende handelingen verricht:
bewerk TechniekenReanimeren bestaat uit het geven van beademingen en borstcompressies. bewerk BorstcompressiesDe theorie achter het masseren is dat door het eerst indrukken en daarna loslaten van de borstkas er een negatieve druk wordt gecreëerd in de borstkas, waardoor de grote vaten bloed kunnen aanzuigen. Die negatieve druk wordt pas na een reeks massages bereikt. Uit onderzoek bleek dat de 15 compressies die in het verleden werden gehanteerd, onvoldoende waren. Met 30 massages heeft men langer voordeel van de negatieve druk. bewerk BeademenWanneer er bijkomende hulp is, kan men beademen met behulp van een beademingsballon (ambu-bag). De patiënt kan ook geïntubeerd en zo verder beademd worden. Wanneer de luchtweg om een of andere reden niet meer doorgankelijk is, dient een tracheotomie plaats te vinden. bewerk De rol van de hulpverleningMeestal zal een professionele hulpverlener niet binnen enkele minuten ter plaatse zijn. Het is daarom belangrijk dat zoveel mogelijk mensen de basale reanimatievaardigheden aanleren. Omdat een circulatiestilstand meestal wordt veroorzaakt door het onregelmatig samentrekken van het hart, ook wel fibrillatie genoemd, is daarbij het gebruik van een automatische externe defibrillator (AED) aan te bevelen. Alleen met behulp van dit apparaat kan het normale hartritme mogelijk worden hersteld. AED's komen op steeds meer plaatsen in Nederland beschikbaar. Wanneer er bijkomende hulp is van een ziekenwagen, urgentie-wagen (MUG of PUC) of in het ziekenhuis kan er medicatie ter ondersteuning gegeven worden en kan er bijkomend ingegrepen worden. De overlevingskansen van het slachtoffer hangen sterk af van de snelheid waarmee de ambulance ter plaatse is. Alvorens te beademen instrueert men dus liefst een omstander om hulp te halen of 112 te bellen. bewerk CursussenDoor geheel Nederland worden reanimatiecursussen gegeven, de z.g. BLS-cursus (Basic Life Support), door gecertificeerde instructeurs van de NRR volgens een vast protocol. Aangesloten instructeurs zijn te vinden via de site van de NRR (zie externe links) . Buiten de BLS verzorgen de aangesloten instructeurs ook de AED-training. Hoewel iedereen bevoegd is het apparaat te gebruiken, is niet iedereen bekwaam. Verkeerd gebruik kan leiden tot een foute analyse door de AED. Het is verstandig om de trainingen minstens 1 keer per jaar te herhalen. Het Oranje Kruis heeft middels een officiële mededeling aangekondigd dat met ingang van 1 september 2009 het gebruik van de AED tot de eindtermen van het examen voor het Diploma Eerste Hulp gaat behoren. De AED maakt vanaf dat moment onderdeel uit van de basisopleiding Eerste Hulp. bewerk Kans op succesEr wordt internationaal veel onderzoek verricht op het gebied van reanimatie. Opvallend daarbij zijn de aanmerkelijk grote verschillen tussen de diverse onderzoeken. En sluitend 'succes' percentage is daarom ook niet te geven. In het algemeen kan worden gesteld, dat de kans op succes helaas niet groot is. Belangrijke aspecten die de kans van slagen bepalen zijn:
In een Zweeds onderzoek uit 2005 werd bij maar liefst 29.700 patiënten bekeken hoeveel mensen na 1 maand nog in leven waren (dus nog zonder te vragen of dit b.v. in coma aan de beademing was of gezond buiten het ziekenhuis). Na 1 maand was 2,2% van de niet door omstanders gereanimeerden nog in leven; 4,9% van degenen die door niet-professionals waren gereanimeerd, en 9,2% van de mensen die door (toevallig als omstander aanwezige) professionele hulpverleners waren gereanimeerd[1]. Volgens dit onderzoek is het aantal mensen dat zonder aanmerkelijke neurologische schade overleeft, is nog aanzienlijk kleiner. Hoewel er een kleine overlevingskans is, zijn pogingen tot reanimatie dus zeker niet zinloos. Als het niet lukt, hoeft de hulpverlener (amateur of professional) zich echter niet schuldig te voelen; dat zal meestal de uitkomst zijn. 90 tot 95 % van de reanimaties buiten het ziekenhuis zijn niet succesvol. Aannemelijk is, dat dit getal bij aanwezigheid en gebruik van een AED hoger zou liggen. Cijfers van de Amsterdam Arena en Schiphol bevestigen dit. [2] Uit een Japans onderzoek (2006) [3] blijkt echter dat in geval van hartstilstand na een hartaanval de overlevingskansen verdubbelen indien enkel en alleen hartmassage toegepast wordt. Beademing zou tijdverspilling zijn. Bij hartstilstand door hartaanval krijgt de persoon automatisch extra zuurstof door de hyperventilatie waarmee de aanval begon, maar door de stilgevallen bloedcirculatie bereikt deze zuurstof de hersenen niet meer. Indien snel ingegrepen wordt en enkel hartmassage toegepast wordt, zou de ademhaling vanzelf weer op gang moeten komen. Hartmassage is op zich ook een minieme, onrechtstreekse vorm van beademing want de borstholte wordt afwisselend groter en kleiner, aldus Japanse wetenschappers. Bij verstikking zou de combinatie met beademing dan wel meer aangewezen zijn. De Nederlandse en Europese reanimatieraad acht het echter waarschijnlijk dat hun conclusies anders geweest zouden zijn als de richtlijnen na 2005 in het onderzoek zouden zijn betrokken. Daarom blijft beademing onderdeel van de richtlijn.[4] bewerk Recente ontwikkelingen
bewerk Zie ookbewerk Noten
bewerk Externe links
|
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |