|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Hertachtigen (Cervidae) zijn herkauwende evenhoevigen, die zich kenmerken door het gewei van het mannetjeshert. Er zijn zo'n veertig soorten in 16 geslachten en vier onderfamilies. Een mannetje heet een bok, een vrouwtje een hinde. De mannetjes (bij het rendier ook de vrouwtjes) dragen een gewei dat ze jaarlijks afwerpen, waarschijnlijk om energie te besparen in voedselarme jaargetijden. Een nieuw gewei wordt meestal groter en complexer dan het vorige. De grootte en de complexiteit van geweien tonen de gezondheid en leeftijd van de mannetjes en zorgen zo voor dominantie. Bij de Chinese waterree, een primitieve soort, ontbreekt het gewei volledig. Herten verschillen in grootte, van de Chileense poedoe, die slechts 38 centimeter hoog en 8 kilogram zwaar kan worden, tot de eland, die 2,30 meter hoog en 800 kilogram zwaar kan worden. Alle herten hebben een kortharige vacht, lenige lichamen met slanke poten en nekken, een kort staartje, grote, hooggeplaatste oren en grote, aan de zijkant geplaatste ogen. Bij veel hertachtigen hebben de jongen een gevlekte vacht, die dient als camouflage op de bosbodem. Herten komen voornamelijk in bossen en wouden, alhoewel sommige soorten ook op open grasvlakten, in moerassen en op toendra's leven. Ze leven in Europa, Azië en Noord- en Zuid-Amerika. Het edelhert komt ook voor in Noordwest-Afrika.
In de Benelux komen het edelhert, het damhert en de ree voor. bewerk Hert als attribuutEen hert met kruis tussen het gewei, jachthoorn en sleutels, attribuut van st. Hubertus; een hert met een kruis tussen het gewei: idem van Eustachius; een hert met rood en blauw kruis is ook het attribuut van Felix van Valois; idem van de H. Julianus de Herbergzame.
|
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |