|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Eiwitten of proteïnen vormen een grote klasse van biologische moleculen, die bestaan uit ketens van aminozuren. De aminozuren in deze ketens zijn verbonden door peptidebindingen. Eiwitten zijn essentieel voor organismen. Eiwitten zitten onder andere in peulvruchten, vleeswaren, gevogelte, eieren, vis, zuivelproducten en noten.
bewerk Functies van eiwittenEiwitten hebben een grote diversiteit aan functies, met name op cellulair niveau. Een aantal belangrijke functies zijn:
Veel eiwitten hebben geen functie op zichzelf, maar maken onderdeel uit van eiwitcomplexen. bewerk Eiwitten chemisch bekekenEiwitten zijn een belangrijke klasse bio-macromoleculen. Behalve de polysachariden of suikers, de vetten en nucleinezuren (DNA en RNA) zijn eiwitten belangrijke bestanddelen in organismen. Natuurlijke eiwitten bestaan uit L-aminozuren. De codes voor deze 20 aminozuren liggen vast in het DNA van het organisme. Het DNA wordt overgeschreven naar RNA, hetwelk gebruikt wordt als een mal voor het maken van verschillende kopieën van hetzelfde eiwit door ribosomen. Typische eiwitten zijn enige tientallen tot vele honderden aminozuren, verbonden door amidebindingen (voor eiwitten noemt men dit peptidebindingen), lang. Kleine eiwitten worden ook wel polypeptiden genoemd; de grens tussen een eiwit en een polypeptide is arbitrair. Daar er twintig verschillende aminozuren zijn is de variatie in eiwitten die geproduceerd kunnen worden schier eindeloos. Dit verklaart mede de grote variatie die er bestaat in de levende natuur. bewerk StructuurEiwitten vouwen zich in een 3-dimensionale vorm. Deze vorm wordt bepaald door de onderlinge aantrekking en afstoting van de verschillende aminozuren, door de omgeving waarin het eiwit zich bevindt. Er zijn ook enzymen die eiwitten helpen zich te vouwen in de juiste vorm. De vorm van een eiwit is bepalend voor de specifieke interacties die een eiwit aan kan gaan. Hierbij is het van belang dat het eiwit zich goed opvouwt. Wanneer dit niet gebeurt werkt het eiwit niet goed, en kan het in uitzonderlijke gevallen zelfs andere effecten veroorzaken, zoals bij de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. De vorm waarin een proteïne zich normaal vouwt noemt men zijn natieve conformatie. Conventioneel deelt men de volgende aspecten van de structuur van een eiwit:
Quaternaire structuur van hemoglobine
Alhoewel, eenzelfde eiwit kan voorkomen in verschillende stabiele laag-energetische conformaties, heeft elke conformatie zijn eigen specifieke biologische activiteit. Van deze conformaties, beschouwt men normaal gezien slechts een conformatie als biologisch actief. Behalve de genoemde structuurniveaus, kunnen proteïnen ook veranderen tussen deze verschillende conformaties. Wanneer men refereert aan de uiteinden van een eiwitketen, spreekt men meestal over de stikstof- of N-terminus (begin van de eiwitketen) en koolstof- of C-terminus (einde van de eiwitketen), genoemd naar de functionele groep aan de uiteinden. bewerk Denaturatie en omgevingsafhankelijke parameters van de structuurElk enzym heeft voor elke parameter een bepaalde optimale waarde. Bij dit optimum vertoont het enzym de grootste activiteit, terwijl als de omstandigheden iets veranderen de activiteit (licht) daalt. Wanneer de omstandigheden waarin het eiwit zich bevindt, te ver van het optimum zijn, kan de structuur abrupt veranderen: denaturatie. Het eiwit verliest zijn functie.
bewerk Regulatie van activiteitDikwijls kunnen andere moleculen binden op specifieke plaatsen op het eiwit. Deze bindingsplaatsen hebben een bepaalde specifieke affiniteit voor die moleculen, liganden genaamd. Meestal zijn deze liganden nodig voor de goede werking van het eiwit. Zonder deze liganden zijn dergelijke eiwitten biologisch niet actief. Bijgevolg hangt de activiteit van het eiwit af van de concentratie van het ligand. Omdat eiwitten betrokken bij zowat elk proces in een levende cel, zijn de mechanismen die deze processen controleren, dezelfde processen die de activiteit van de betrokken eiwitten regelen. Het regelen van de eiwitactiviteit kan plaatsvinden door het regelen van zowel de eiwitstructuur als de eiwitconcentratie. bewerk ConcentratieAls een grote biochemische activiteit vereist is, wordt het DNA veelvuldig overgeschreven op RNA, waarbij elke RNA-streng verschillende keren kan gebruikt worden voor het maken van het eiwit. Wanneer verschillende nauw verwante enzymen tegelijk in grote hoeveelheden nodig zijn, worden deze vaak na elkaar tegelijk overgeschreven op RNA, zodanig dat de verschillende benodigde enzymen tegelijk beschikbaar komen. bewerk EiwitstructuurVolgende processen kunnen de activiteit van het eiwit veranderen door het wijzigen van de structuur:
bewerk Proteïnen en voedingVoor carnivoren vormen proteïnen een belangrijk deel van het voedingsdieet. In de spijsvertering van de carnivoor worden eiwitten afgebroken tot aminozuren, die dan verder gebruikt worden als bouwstof en brandstof. Het menselijke lichaam maakt gebruik van alle aminozuren die uit voedsel gehaald kunnen worden. Hiermee worden nieuwe lichaamseigen eiwitten gemaakt. Bij een tekort aan bepaalde aminozuren worden deze door het lichaam zelf gesynthetiseerd, behalve voor threonine, valine, tryptofaan, isoleucine, leucine, lysine, fenylalanine, en methionine die essentiële aminozuren genoemd worden. Hoewel alle voedingsmiddelen deze aminozuren bevatten, bevatten ze elk andere hoeveelheden. Daarom kan het gedurende langere tijd eten van één enkel voedingsmiddel, rijk aan één bepaald proteïne, toch leiden tot een tekort. Doordat deze essentiële aminozuren niet door het lichaam gemaakt kunnen worden, leidt een tekort aan eiwitten, proteïne deficiëntie, tot symptomen zoals vermoeidheid, haaruitval, verlies van pigmenten die zorgen voor haarkleur (normaal zwart haar kleurt rood), verlies van spiermassa, lage lichaamstemperatuur en verstoring van de hormoonspiegel. Ernstige proteïnedeficiëntie, enkel voorkomend bij uitgehongerde mensen, is dodelijk. Bij een teveel aan opgenomen proteïnen worden deze gebruikt als energiebron voor het menselijk lichaam. Eiwitten worden dan afgebroken waarbij ureum ontstaat. Een echte overdaad aan proteïnen zorgt, net als proteïne deficiëntie, eveneens voor problemen: overreactie van het immuunsysteem, overbelasting van de nieren, waardoor nierfalen kan ontstaan, een ontregelde lever die voor toxische residuen zorgt en verlies van beenmassa door een verhoogde zuurgraad van het bloed. Verder is een teveel aan proteïne gelinkt aan obesitas. Ook kunnen proteïnen aanleiding geven tot allergische reacties en allergieën. Dit komt omdat de structuur van elk proteïne (lichtjes) verschillend is, zodat sommige proteïnen een reactie kunnen uitlokken, terwijl andere volledig veilig zijn. Zo zijn vele mensen allergisch voor caseïne (een melkproteïne), gluten (eiwitten in graangewassen), bepaalde proteïnen die gevonden worden in pindanoten of weekdieren. Allergieën voor meerdere proteïnen bij dezelfde persoon is zeer zeldzaam. bewerk GeschiedenisDe eerste keer dat de term proteïne, wat van eerste orde betekent werd gebruikt, was in een brief van Jöns Jacob Berzelius aan Gerhardus Johannes Mulder op 10 juli 1838:
Vrij vertaald betekent dit :
Onderzoek naar eiwitten en hun eigenschappen begon omstreeks 1800 wanneer wetenschappers de eerste sporen ontdekten van een op dat moment onbekende klasse organische verbindingen. Sindsdien is de kennis er enorm op vooruitgegaan en is het besef gegroeid dat deze verbindingen onmisbaar zijn voor zowat alle levensprocessen. Myoglobine was het eerste eiwit waarvan de structuur door röntgendiffractie werd opgehelderd door Max Perutz en Sir John Cowdery Kendrew in 1958. Voor deze prestatie kregen ze de Nobelprijs voor de Scheikunde. bewerk Wetenschappelijk onderzoek naar eiwittenRöntgendiffractie wordt gebruikt voor om de driedimensionale structuur van eiwitten op te helderen. Deze techniek kan enkel worden toegepast op gekristalliseerde eiwitten. Sommige eiwitten vormen echter moeilijk of geen kristallen. Bovendien komt de structuur (vaste vorm) van de eiwitten in deze kristallen per definitie niet volledig overeen met de biologisch actieve vorm (waterige oplossing). Toch levert röntgendiffractie zeer nuttige structurele informatie. Voor het toepassen van deze techniek zijn grote hoeveelheden zuiver proteïne nodig. Door de vooruitgang in andere experimentele techniek, gaat het huidige onderzoek naar eiwitten veel sneller. Tegenwoordig worden ook de volgende experimentele technieken gebruikt:
Door gebruik te maken van een combinatie van deze technieken kan men op een snelle manier de structuur of hoeveelheid van specifieke eiwitten achterhalen. bewerk Eiwitspecifieke softwareVoor eiwitten is heel wat specifieke freeware of vrije software beschikbaar. Deze is vooral gericht op het bestuderen van de molecuulstructuur (met de interacties en aanwezigheid van de verschillende eiwit-motieven). Verder zet men eiwit-specifieke software in voor het berekenen en voorspellen van de eiwitstructuur uitgaande van de sequentie van het eiwit:
bewerk Zie ookbewerk Externe links
|
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |