|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Curaçao (Papiaments: Kòrsou) is een eilandgebied en het grootste eiland van de Nederlandse Antillen. De grootste plaats op het eiland is Willemstad, tevens hoofdstad van de Nederlandse Antillen. Curaçao had in 2008 ruim 140.000 inwoners [1]. Het eiland is ook de naamgever voor de Curaçao-likeur, die van oorsprong wordt gemaakt op het Caraïbische eiland.
bewerk Geschiedenisbewerk Prekoloniale geschiedenisDe vroegste sporen van menselijke bewoning op Curaçao zijn te vinden te Rooi Rincón. Het betreft een abri, een schuilplaats in de rotsen van zogenaamde meso-indianen, met een afvalhoop van schelpen. Het gaat om artefacten: enkele krabbers en vormloze steensplinters die voor verschillende doelen gebruikt kunnen zijn. De dateringen liggen tussen 3480 en 2325 v.Chr.. Vergelijkbare resten zijn gevonden bij Kintján en bij Tafelberg. Resten van aardewerk uit de neo-indiaanse periode zijn gevonden bij Knip en San Juan. De dateringen liggen tussen 450 en 1405 na Christus. Het materiaal behoort tot de Dabajuroid-cultuur. Ook zijn er rotstekeningen. Tegen het einde van de 15de eeuw woonden op Curaçao Arowakken. Tegenwoordig deelt men deze voormalige Indiaanse bewoners in bij de Taíno. De Taíno, leefden in kleine nederzettingen met tot ongeveer 40 inwoners. De dorpjes lagen vaak in de buurt van de zuid- en westkust, bij een bron van drinkwater. De latere Taíno leefden van kleinschalige verbouw van onder meer cassave, van visserij en het verzamelen van schelpdieren, en van jacht op klein wild. Daarnaast dreven zij handel met Indianen van andere eilanden en van het vasteland. Woonplaatsen zijn gevonden bij onder andere Knip en Santa Barbara. Wetenschappelijke aandacht voor de eerste bewoners van de Nederlandse Antillen was er al vroeg. Zo voerde de amateur A.J. van Koolwijk in de 19e eeuw veldverkenningen uit. Ook inventariseerde hij de rotstekeningen op het eiland. Sindsdien hebben velen zich bezig gehouden met de vroegste bewoners van Curaçao. bewerk Spaanse periodeCuraçao werd in 1499 "ontdekt" door de Spanjaard Alonso de Ojeda. Op dat moment woonden er naar schatting ongeveer 2000 Taíno op het eiland. In 1515 werden vrijwel alle Taíno als slaven weggevoerd naar Hispaniola. De Spanjaarden vestigden zich definitief op het eiland in 1527. Het eiland werd echter bestuurd vanuit een van de Spaans-Venezolaanse steden. De Spanjaarden importeerden veel exoten naar Curaçao. Paarden, schapen, geiten, varkens en rundvee werden vanuit Europa of een van de Spaanse koloniën op het eiland geïntroduceerd. Ook diverse uitheemse bomen en planten werden door de Spanjaarden aangeplant. Dat was vaak een kwestie van trial and error. Vandaar dat zij ook gewassen en landbouwmethoden van de Taíno leerden kennen en gebruiken. Parallellen op andere Caraïbische eilanden zijn uit bronnen bekend. Niet alle ingevoerde exoten hadden even veel succes. Met het vee ging het in het algemeen goed; de Spanjaarden lieten het vee los lopen in de kunuku en op de savannes. Het vee werd gehoed door Taínos en Spanjaarden. Schapen, geiten en rundvee deden het relatief het beste. Volgens historische bronnen waren er duizenden op het eiland. Met de landbouw ging het daarentegen beduidend slechter. Omdat de opbrengsten van de Curaçaose agricultuur teleurstellend waren; de zoutpannen geen hoge opbrengst hadden en er geen edelmetalen te vinden waren, noemden de Spanjaarden het eiland een "isla inutile", een nutteloos eiland. Na verloop van tijd nam het aantal Spanjaarden dat op Curaçao woonde af. Daarentegen stabiliseerde het aantal Indiaanse bewoners zich. Vermoedelijk vond er door natuurlijke aanwas, terugkeer en kolonisatie, zelfs bevolkingstoename van de Taíno plaats. In de laatste decennia van de Spaanse bewoning werd Curaçao gebruikt als een grote veehouderij. Spanjaarden woonden dan rond Santa Barbara; Santa Ana en in dorpjes op het westelijke deel van het eiland. Taíno woonden voor zover bekend verspreid over het eiland. bewerk De West Indische CompagnieDe West-Indische Compagnie (WIC) tekende in augustus 1634 de overgave met de Spanjaarden bij San Juan. De ongeveer 30 op het eiland aanwezige Spanjaarden en een groot deel van de Taíno werden door de Nederlanders naar Venezuela gebracht en aan wal gezet. Ongeveer 30 Taíno-gezinnen mochten op het eiland blijven wonen. De reden voor de inval en verovering was, dat de WIC op zoek was naar een uitvalsbasis voor handel en kaapvaart. Curaçao lag gunstig ten opzichte van de Spaanse koloniën op het vasteland. Ook had het de beste haven tot dan toe bekend in het Caraïbisch gebied. Daarnaast zocht de WIC naar een goede bron van zout. Zowel op de kust van Venezuela als op Bonaire waren goede zoutpannen te vinden. Op Curaçao zelf was campêchehout (een grondstof voor een natuurlijke verf), vee, kalk en brandstof te vinden. Na de verovering consolideerde de WIC zijn aanspraken, door fortificaties te bouwen. Omdat drinkwater van levensbelang was werd in 1634-35 een fort gebouwd bij de waterbron aan de noordoostkant van de Sint Annabaai. Dit fort bestond uit aarden wallen met een palissade en enkele stukken geschut. Rondom het fort werden voetangels gestrooid. In 1635-36 werd begonnen met de bouw van Fort Amsterdam op Punda. De eerste bouwfase werd onder leiding van admiraal Johan van Walbeek aangelegd in de vorm van een vijfpuntige ster en bestond uit een kern van aarde en koraal. Hiertegen werd een schil opgetrokken van met klei gemetseld koraal. Later werd deze schil opgetrokken uit metselwerk. In de eerste drie jaren waren de leefomstandigheden voor de WIC'ers slecht. Voor voedsel en bouwmateriaal was men grotendeels afhankelijk van import uit Europa. De toevoer was zeer onregelmatig; er kon meer dan een half jaar voorbij gaan zonder aanvoer. Gevolg was dat veel loslopend vee werd gevangen en geslacht. Ander voedsel ging op rantsoen. Water moest vanaf de bron naar de Punda gebracht worden. Soldaten en oversten sliepen in uiterst eenvoudige behuizing; zeildoek werd opgespannen op een aantal palen. Een deel van de soldaten werd door barre woonomstandigheden, slechte voedselvoorziening en het harde werk maar vooral door de eentonigheid en verveling ontevreden. Er leek muiterij op handen, maar dit werd door verhoging van rantsoenen en drankuitgave afgewend. Van Walbeek schreef naar de Heren XIX, dat hij aanraadde om de salarissen en rantsoenen te verhogen, omdat de soldaten niet waren aangenomen om fortificaties te bouwen. bewerk ConsolidatieDe Spanjaarden smeedden plannen om Curaçao te heroveren op de Nederlanders. Informatie over troepenmacht, fortificaties, buitenposten, voedselvoorraad en ammunitie werd verzameld op drie manieren. Indianen die op Curaçao woonden werden ontvoerd en verhoord. WIC-ers die zout kwamen halen op de kust van Venezuela werden gevangen genomen en verhoord. Tenslotte stuurden Spanjaarden spionnen naar Curaçao. Twee landingsplaatsen lagen voor de hand: Piscaderabaai en het Spaanse Water. Het Schottegat was te goed verdedigd. De Spanjaarden brachten hun plannen ten uitvoer en voeren uit met een aantal schepen. Deze zijn door een storm afgedreven en hebben Curaçao nooit bereikt. Voor de WIC een geluk; de Spaanse troepenmacht was sterker en had vermoedelijk gewonnen. De Heren XIX in Amsterdam waren vanaf 1634 verdeeld over de toekomst van Curaçao. De fortificaties en manschappen hadden veel geld gekost en de opbrengsten waren mager. Toch werd Curaçao aangehouden, vermoedelijk meer een gevolg van besluiteloosheid dan van een beredeneerd besluit. Na verloop van tijd bewees Curaçao zijn waarde voor de WIC. Na het verlies van Brazilië in 1654 werd Curaçao steeds belangrijker. Door de gunstige geografische positie was zowel handel op Terra Fierme (Venezuela) als op andere Caraïbische eilanden mogelijk. Ook onderhield men contacten met koloniën in Noord-Amerika, waaronder Nieuw-Nederland. De Curaçaose bevolking groeide gestaag, mede door de komst van Sefardische Joden uit Brazilië. Ook stelde de WIC Curaçao open voor planters; Europeanen die zich wilden vestigen om landbouw te bedrijven. Ook soldaten die hun tijd uitgediend hadden waren welkom om te blijven. Vanzelfsprekend was het doel om voldoende voedsel voor de Curaçaose bevolking te produceren. Daarnaast wilde de WIC ook, dat planters handelsgewassen gingen verbouwen. Hiertoe behoorden onder meer indigo, katoen, tabak, Turkse tarwe (sorghum) en suikerriet. De oudste tuinen (boerderijen) worden vermeld vanaf het begin van de Nederlandse aanwezigheid; de eerste plantages werden aangelegd vanaf rond 1650. Hato, Savonet, St. Barbara, Santa Maria, Piscadera, Groot en Klein Sint Joris en San Juan zijn er enkele van. Een deel van de plantages bleef in bezit van de WIC. bewerk Slavenhandel en vrijhavenIn 1665 begon de WIC met slavenhandel. De slaven werden aangevoerd uit West-Afrika en werden op Curaçao aan land gebracht, waar ze na de "middle passage" enige tijd kunnen aansterken. De slaven werden verhandeld op een plaats die nu Asiento heet, en ook op de plantage Zuurzak. Al snel ontstond hier de belangrijkste regionale slavenmarkt. De WIC leverde slaven tegen zeer scherpe prijzen en concurreerde zo de Engelse, Franse en Portugese handelaren de markt uit. Slaven werden door handelaren gekocht en vervolgens verscheept naar diverse bestemmingen in Midden-Amerika en Zuid-Amerika. Een relatief klein deel van de aangekomen Afrikanen bleef achter op Curaçao. De meesten hiervan kwamen terecht op een van de plantages. Een deel werd door handelaren en ambachtslieden gekocht en bleven zo in de omgeving van Willemstad. Willemstad ontstond in de tweede helft van de 17e eeuw en lag direct naast het fort, op het huidige Punda. In de 18e eeuw werden ook (pak)huizen op Otrobanda gebouwd. Vanwege de vrije geschutslinies waren er wel regels verbonden aan de bouw van huizen op Otrobanda. De WIC maakte Curaçao in 1674 tot vrijhaven en verkreeg hierdoor een sleutelpositie in de internationale handelsnetwerken. Mede hierdoor werd Curaçao in de 17e eeuw een van de welvarendste eilanden in het Caraïbisch gebied. Dit leidde tot kwaad bloed bij andere mogendheden, met name Engeland en Frankrijk. Zodoende werd Curaçao in 1713 korte tijd belegerd door de Franse kaapvaarder Jacques Cassard, die zich tenslotte liet afkopen. Cassard had overigens geen schade aan bezit of bewoners van het eiland toegebracht. In de 18e eeuw probeerde Curaçao zijn handelspositie te consolideren. De handel in Venezuela en andere Spaanse koloniën werd echter verhinderd door de Spaanse kustwacht. Deze was speciaal aangesteld om de illegale handel vanuit Venezuela in tabak en cacao een halt toe te roepen. De Engelsen en Fransen werden in het Caraïbisch gebied steeds sterker. De positie van Curaçao nam mede door deze factoren in belang af. Ook was van belang, dat Curaçao niet geschikt was voor de grootschalige verbouw van suikerriet, katoen, tabak of andere tropische plantagegewassen. Pogingen daartoe werden eind 17e en begin 18e eeuw gestaakt. Andere eilanden, zoals Barbados, genereerden wel grote inkomsten door plantagelandbouw. De landbouw van Curaçao richtte zich op voedselvoorziening voor de eigen bevolking. Desondanks werd een deel van het voedsel geïmporteerd. Slavenhandel bleef de belangrijkste bron van inkomsten voor Curaçao, niet het minst vanwege de concurrerende prijzen van de slaven. bewerk Nederlandse kolonieNa het faillissement van de WIC in 1791 werd Curaçao een echte Nederlandse kolonie. Van bezit van een consortium van private aandeelhouders van de WIC werd Curaçao een deel van het koninkrijk. In 1795 kwamen de slaven op Curaçao in opstand. De opstand stond onder leiding van Tula, een slaaf die een centrale rol speelt in de geschiedenis van Curaçao, de opstand werd na een korte periode neergeslagen. In 1800 werd Curaçao bezet door de Engelsen, die in 1803 door de plaatselijke bevolking werden verdreven. In 1807 veroverden de Engelsen het eiland opnieuw. Sinds 1816 valt Curaçao onder Nederlands bestuur. Om de bestuurskosten te verlagen werden de West-Indische koloniën in 1828 teruggebracht tot één kolonie met een Gouverneur-Generaal in Paramaribo. In 1845 kwam men hier gedeeltelijk op terug omdat het besturen van de eilanden vanuit Suriname niet goed werkte. Vanaf dat jaar waren er weer twee West-Indische koloniën:
In 1830 verboden de Engelsen de internationale handel in slaven. Dit leidde ertoe dat de handel in slaven economisch onaantrekkelijk werd. In 1863 werd de slavernij in Curaçao afgeschaft. De lokale economie raakte in het slop. Veel voormalige slaven vonden het moeilijk om op Curaçao in hun broodwinning te voorzien. Curaçaoënaars emigreerden in groten getale naar plaatsen zoals Cuba om daar in suikerplantages te werken. Tot in het begin van de twintigste eeuw leefde Curaçao van handel, landbouw en visserij. Het economische tij keerde in 1914 toen grote aardoliereserves in Venezuela werden ontdekt. Shell vestigde meteen een olieraffinaderij op het eiland, bij Asiento - waar eerder in slaven gehandeld werd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde het eiland een belangrijke rol bij de levering van brandstof voor de geallieerde troepen. In 1954 verkreeg Curaçao samen met de andere Nederlandse Antillen politieke autonomie. In de jaren veertig en vijftig bracht de raffinaderij welvaart en modernisering voor het eiland, maar de welvaart was ongelijk verdeeld. De pas ontstane Curaçaose arbeidersklasse werd steeds ontevredener met de loonpraktijken van de Koninklijke Shell. Ook was de deelname van de Afro-Curaçaose bevolking aan het politiek proces nog beperkt. Op 30 mei 1969 brak een arbeidersopstand uit bij de ingangspoort van de Shell raffinaderij. Tijdens de opmars naar de binnenstad werd onder andere de vakbondsleider Wilson Godett neergeschoten en staken woedende arbeiders panden in Punda en Otrobanda in brand. Nadat de lokale regering Nederlandse mariniers hadden laten overvliegen om de orde te herstellen, werd er flink gewerkt om de overheid te 'Antillianiseren'. Wilson Goddett heeft zelfs enige tijd een bestuurlijke functie vervuld. In de jaren tachtig verliet Shell Curaçao. De olieraffinaderij werd van toen af aan door het eilandgebied verhuurd aan de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA. bewerk Nalatenschap van het verledenOp Curaçao zijn veel overblijfselen van het koloniale verleden. Het duidelijkst is dat terug te zien in de bijzondere architectuur van 17e tot vroeg 20e eeuwse panden in Willemstad. Vanwege de aard en dichtheid van de gebouwen staat een gedeelte van de binnenstad van Willemstad op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Ook zijn er landhuizen en voormalige plantagehuizen tot monument verklaard. bewerk Demografiebewerk BevolkingCuraçao heeft zo'n 140.000 inwoners. Curaçao kent zeer diverse bevolkingsgroepen. De meerderheid is Creool. Dit zijn mensen van gemengde Europese en Afrikaanse afkomst die als inheems worden beschouwd. Daarnaast zijn er ook minderheden van Europese Nederlanders, Chinezen, Libanezen, Portugezen, Surinamers, Venezolanen, Brits-West-Indiërs, Dominicanen, Haïtianen en Colombianen. Er woonden 102 verschillende nationaliteiten op het eiland in 2006. bewerk TaalNederlands was lange tijd de enige officiële taal, maar sinds 2007 zijn Papiaments en Nederlands gezamenlijk officiële talen. Papiaments is ook moedertaal voor de meeste inheemse Curaçaoënaars. Naast deze talen spreekt men ook Spaans en Engels. Verreweg de meeste Curaçaoënaars beheersen alle hiervoor genoemde talen in meerdere of mindere mate, maar er zijn ook buitenlanders die andere talen spreken als Frans, Arabisch, Haïtiaans, Portugees en in mindere mate Chinees. Volgens de volkstelling van 2001 spreekt op Curaçao 81% Papiaments als huistaal, 8% spreekt thuis Nederlands, 6% Spaans, 3% Engels en 2% een andere taal. bewerk ReligieBij de volkstelling van 2001 bekende 80,1% van de Curaçaose bevolking zich als rooms-katholiek. Andere grotere godsdienstige genootschappen zijn de protestantse kerk (3,6%), de pinkstergemeenten (3,5%), de zevendedagsadventisten (2,2%), Jehova's getuigen (1,7%) en de joodse gemeente (0,8%). 4,6% van de bevolking gaf aan geen godsdienst aan te hangen. bewerk NaamOver de oorsprong van de naam Curaçao bestaan verschillende theorieën. Een gangbare verklaring is dat het is afgeleid van het Portugese woord voor 'hart' (coração), wat zou verwijzen naar het eiland als een een centrum van handel. Dit werd dan door Spanjaarden overgenomen als Curaçao, wat gevolgd werd door de Nederlanders. Een andere uitleg is dat Curaçao verwant is met de naam die de oorspronkelijke inwoners gebruikten om zichzelf mee aan te duiden (Joubert en Baart, 1994). Deze theorie wordt ondersteund door vroege Spaanse reisverslagen, die de inboorlingen aanduidden als "Indios Curaçaos". De naam "Curaçao" heeft een associatie gekregen met een specifieke blauwtint, en wordt soms gebruik als een adjectief, afkomstig van een diepblauwe likeur met de naam "Blue Curaçao". bewerk GeografieCuraçao is een tropisch eiland, gelegen in het zuidelijke deel van de Caribische Zee. Het vormt samen met Bonaire, en Aruba, de Benedenwindse Eilanden; ook wel de ABC-eilanden genoemd. Curaçao is van deze drie eilanden het grootst. Curaçao bestaat uit het eiland Curaçao en het eiland Klein Curaçao, dat 10 kilometer vanaf de oostkust ligt. Het hoogste punt is de Sint Christoffelberg met 375 meter. Het eiland bestaat uit koraalkalk en vulkanisch gesteente. Curaçao heeft zes natuurlijke havens, ontstaan doordat de zee de koraalkalk heeft uitgehold. Aan de zuidwestkant ligt de grootste daarvan, het Schottegat, de haven van Willemstad. Gezegd wordt dat dit de grootste natuurlijke haven ter wereld is. Rondom het Schottegat liggen het grootste droogdok en de grootste olieraffinaderij in de regio, een containerterminal, werven voor goederen en aanlegplaatsen voor toeristenschepen. Het Schottegat wordt bereikt via de Sint Annabaai. Aan weerszijden hiervan liggen de beide stadsdelen van Willemstad: in het oosten het oudste gedeelte: Punda ('De Punt') met vele winkeltjes en in het westen de wijk Otrobanda (Papiaments voor 'De Andere kant'). Beide delen worden sinds 1888 door een houten pontonbrug (Koningin Emmabrug) met elkaar verbonden. Aan de De Ruyterkade is er een levendige 'drijvende markt' waar veelal Venezolanen vanuit hun bootjes koopwaar aanbieden aan klanten op de kade.
bewerk PlaatsenDe hoofdstad is Willemstad. In de loop der jaren is deze stad het hele gebied rond de grote natuurlijke haven, het Schottegat, gaan beslaan. Daardoor zijn veel dorpjes die eerst los lagen aaneengegroeid tot een groot verstedelijkt gebied. De stad beslaat ongeveer een derde van het hele eiland in het oosten. De bekendste wijken van Willemstad zijn:
Enkele andere plaatsen op het eiland ten westen van Willemstad zijn: bewerk Bezienswaardigheden
bewerk NatuurIn het westen van het eiland bevinden zich twee natuurgebieden:
bewerk EconomieHet eiland heeft een uitstekende infrastructuur, die ver boven uitsteekt vergeleken met de regio. Curaçao leeft thans deels van handel, waaronder offshorehandel en de Vrije Zone, olieraffinage, en toerisme, dat vooral opkwam nadat de Verenigde Staten een boycot tegen Cuba hadden ingesteld. Ook activiteiten rondom de haven, zoals scheepsreparatie, container overslag zijn zeer belangrijk. De diepe, natuurlijke zeehaven is de beste van het Caribisch Gebied en heeft een lange geschiedenis als belangrijke handels-en overslag centrum in de regio. Het eiland heeft een BNP per hoofd van ca. US$ 18.000 en behoort bij de welvarendste eilanden van het Caribisch Gebied. Levensomstandigheden zijn er goed, met een geschatte HDI-index van rond de 0.890 . De welvaart is matig tot redelijk verdeeld. Er is een zeer rijke en kleine toplaag, maar ook een aanzienlijke middenklasse en lage klasse. Naar schatting verdient de rijkste 10% van de bevolking rond 30% van het nationale inkomen, welke vergelijkbaar is met landen als Italië en de Verenigde Staten. Het gemiddelde gezinsinkomen op het eiland is ca. ANG 3700,- per maand (ca. 1600 EURO op het moment). Economische recessie in de jaren negentig heeft een voor een enorme emigratiegolf naar Nederland gezorgd. Tegenwoordig trekt de economie weer een beetje aan en er is iets meer immigratie dan emigratie. Vooral toerisme groeit sterk, met 300.000 verblijftoeristen in 2007 (een nieuw record). Er is een hoge werkloosheid (ca. 12%), die momenteel sterk aan het dalen is. Vooral jeugdwerkloosheid is een groot probleem. bewerk KlimaatHet klimaat van Curaçao is semi-aride; de gemiddelde regenval bedraagt jaarlijks 553 mm. De meeste regen valt tussen oktober en januari, het regenseizoen. De temperaturen zijn relatief constant met kleine verschillen door het hele jaar heen. De passaatwinden brengen overdag verkoeling en dezelfde passaatwinden brengen 's nachts warmte. De jaargemiddelde temperatuur is overdag 31.2°C en 's nachts 25.6°C. De koudste maand is januari met een gemiddelde temperatuur van 26,5°C en de warmste maand is september met een gemiddelde temperatuur van 28,9°C. De hoogste temperatuur ooit gemeten was 38,3°C en de laagste ooit was 20,3°C. Het orkaanseizoen loopt van juni t/m november. Het eiland wordt nauwelijks aangedaan door tropische stormen of orkanen. De laatste tropische stormen/orkanen die dicht bij het eiland langskwamen waren o.a Joan in 1988, Cesar in 1996, Felix in 2007 en Omar in 2008. De vegetatie van de kunuku bestaat voornamelijk uit verschillende soorten cactussen, laag struikgewas, en lage bomen. De dividivi is een van de bekendste bomen. Aloësoorten en agaves komen in verwilderde vorm voor. Daarnaast groeien er verschillende kruiden en komen er ook orchideeën voor.
bewerk Evenementen
bewerk SportGolf kan men spelen bij de Blue Bay Golf & Beach Resort (Plantage Blauw) en bij de Curaçao Golf & Squash Club. De populairste sport op het eiland is honkbal, gevolgd door voetbal. Verder wordt er ook aan sporten gedaan zoals tennis, volleybal, basketbal, hockey en natuurlijk een heleboel watersporten. bewerk Verkeer en vervoerCuraçao beschikt over een luchthaven (Curaçao International Airport, ook wel bekend als Vliegveld Hato; voorheen Dr. Albert Plesman Luchthaven). Zie Hato Airport. Curaçao is goed per auto te verkennen. Er is openbaar vervoer per bus de zogenaamde konvoi bussen voor de langere afstanden en de minibussen. bewerk Mediabewerk Kranten
bewerk Radio en TelevisieEnkele lokale radio-omroepen en televisie-uitzendingen zijn Nederlandstalig.
Radiokanalen
TV-kanalen
bewerk PolitiekCuraçao maakt als eilandgebied deel uit van de Nederlandse Antillen, welke samen met Nederland en Aruba tot het Koninkrijk der Nederlanden behoort. Dit is vastgelegd in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden op 15 december 1954. Het bestuur van het eilandgebied bestaat uit een bestuurscollege en een eilandsraad, die elke vier jaar door de bevolking wordt verkozen. Curaçao heeft 14 zetels in de 21 zetels tellende Staten van de Nederlandse Antillen. bewerk Eilandsraad
* UPN nam in 2003 deel onder de naam ORDU
* MAN-kandidaten staan op FOL-lijst bewerk BestuurscollegeHet huidige bestuurscollege is als volgt samengesteld:
De rol van waarnemend gezaghebber wordt op Curaçao niet door een gedeputeerde maar door een onafhankelijk persoon vervuld. Hij neemt enkel waar indien de gezaghebber afwezig is of anderszins zijn functie niet kan uitoefenen. bewerk Staatkundige hervormingenIn 1993 werd een eerste referendum over de staatkundige toekomst van Curaçao gehouden. Hoewel de regering pleitte voor een autonome status, koos de bevolking toen in overgrote meerderheid voor voortzetting en herstructurering van de Nederlandse Antillen.
Naar aanleiding van deze uitslag trad de regering af en bij nieuwe verkiezingen won de toen nieuwe partij PAR, die bestond uit voorstanders van herstructurering van de Antillen. De gelijktijdig opgerichte partij C'93 van ex-FOL-leider Stanley Brown, die pleitte voor integratie in Nederland, werd geen succes. Al na enkele jaren bleek dat de herstructurering geen oplossing bood voor de grote maatschappelijke en economische problemen op Curaçao. Bovendien ondervonden de andere, kleinere eilanden binnen de Nederlandse Antillen ook steeds meer de nadelige gevolgen van de financiële problemen die dit met zich meebracht. Daarom ontstond wederom discussie over het voortbestaan de Nederlandse Antillen. Op 8 april 2005 is een tweede referendum gehouden, waarin de bevolking van Curaçao zich kon uitspreken over de gewenste staatkundige toekomst van het eiland.
De bevolking heeft met de keuze voor optie A ditmaal de wens van de politici op het eiland gevolgd. Net als bij het referendum in 1993 zijn bijna alle partijen zijn voor een autonome status als land, alleen de kleine nieuwe partij Pueblo Soberano pleit voor volledige onafhankelijkheid. De meningen van het volk zijn echter zeer uiteenlopend en vooral de aanzienlijke steun voor optie D is opmerkelijk, omdat deze optie niet of nauwelijks vertegenwoordigd wordt in de politiek. De voorstanders van deze optie zijn van mening dat voor een beter en veiliger Curaçao integratie met Nederland nodig is. Zij werven met de slogan "P’e Kòrsou ku nos meresé" (voor het Curaçao dat wij verdienen). Tijdens een minirondetafelconferentie in Den Haag op 11 oktober 2006 is met Nederland overeengekomen dat Curaçao de zogenaamde status aparte zou krijgen. Curaçao zou hiermee een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden worden. De Nederlandse regering heeft als onderdeel van dit akkoord aangeboden een groot deel van de staatsschuld te saneren of over te nemen. De afspraken zijn samengevat in een slotverklaring, die nadien op Curaçao onderwerp van veel discussie is geworden. Naar de mening van de oppositiepartijen, waarvan de FOL de belangrijkste was, en de kleinste coalitiepartijen gingen de afspraken niet ver genoeg. De grootste coalitiepartijen, PAR en PNP, verdedigden het akkoord. Uiteindelijk werd de overeenkomst door een meerderheid in de eilandsraad van Curaçao verworpen, waarna het bestuurscollege uit elkaar viel en onder leiding van de FOL een nieuwe coalitie tot stand kwam die de tijd tot de nieuwe verkiezingen op 20 april 2007 moest volmaken. Voor de economische en politieke toekomst van Curaçao zorgde de afwijzing van de afspraken voor veel onzekerheid. Zowel in de politiek als onder de bevolking kwamen voor- en tegenstanders recht tegenover elkaar te staan. Tegenstanders pleitten voor heronderhandelingen, maar zowel het kabinet Balkenende III als het nieuwe kabinet Balkenende IV gaf aan hier niets voor te voelen, daarin bijna unaniem gesteund door de Tweede Kamer. Uit peilingen op Curaçao bleek dat door de aanhoudende politieke onrust de steun voor de status aparte sterk terugliep, ten gunste van integratie in Nederland (optie D). Dit is waarschijnlijk mede te danken aan de concretisering van deze optie: ten tijde van het referendum in april 2005 was nog niet bekend hoe deze optie eruit zou kunnen zien en was ze voor velen dan ook geen reële overweging. Pas in oktober 2006 werd door Nederland en de kleine eilanden Bonaire, Saba en Sint-Eustatius afgesproken dat voor deze status de Nederlandse Gemeentewet als grondslag zal dienen. De eilandsraadsverkiezingen waren dan ook cruciaal en draaiden volledig rond het thema slotverklaring. Indien de tegenstanders een meerderheid zouden behalen, dreigde een impasse te ontstaan. In het uiterste geval zou door het uittreden van de andere eilanden uit de Nederlandse Antillen, Curaçao als enige eiland van de Nederlandse Antillen overblijven, met de facto wel een autonome status maar ook met de torenhoge staatsschuld van de Nederlandse Antillen. Uiteindelijk haalden bij de eilandsraadsverkiezingen zelf de voor- noch de tegenstanders een duidelijke meerderheid. De twee partijen die voor de slotverklaring pleitten, PAR en PNP, wisten echter een akkoord te bereiken met grote verliezer FOL over de vorming van een nieuwe coalitie. Afgesproken werd opnieuw over de slotverklaring te stemmen. Na een lange vergadering stemde de Curaçaose eilandsraad in de nacht van 6 op 7 juli 2007 alsnog onder voorwaarden in met de slotverklaring: PAR, PNP, FOL en DP stemden nu voor (12 van de 21 zetels). Op 28 augustus werd vervolgens een akkoord ondertekend met Nederland over het staatkundige proces, waarna de eilandsraad een dag later dit akkoord met 13 stemmen bekrachtigde (PAR, PNP, FOL, DP én FK). Het lag in de bedoeling om op 15 december 2008 de autonome status van "land binnen het Koninkrijk" te krijgen. In mei 2008 is in de Regiegroep door Sint Maarten, Curaçao en Nederland op Curaçao definitief vastgesteld dat de streefdatum van 15 december als invoeringsdatum voor de nieuwe staatkundige verhoudingen niet haalbaar is. Wel is het mogelijk op die datum alle benodigde wetgeving gereed te hebben zodat die kan worden ingediend bij het Nederlandse parlement, de Staten van de Nederlandse Antillen en de Eilandsraden van Curaçao en Sint Maarten. Daarom zal op 15 december 2008 een rondetafelconferentie worden georganiseerd om het totale pakket aan wetgeving te toetsen aan de eerder overeengekomen criteria uit de slotverklaring. Kijkend naar de planning hebben partijen besloten advies te vragen aan de Raad van State van het Koninkrijk hoe een versnelling naar de autonome status kan worden gerealiseerd en hoe het wetgevingsproces kan worden verkort tot januari 2010, wanneer nieuwe Statenverkiezingen zouden moeten worden gehouden. De Raad van State heeft in een zogenoemd 'voorlichtingadvies' aan de Nederlandse en Antilliaanse regeringen geadviseerd om de gouverneur van de Nederlandse Antillen, de vertegenwoordiger van de koningin, tijdelijk een spilfunctie te geven met eigen bestuurlijke bevoegdheden en een eigen ambtelijke organisatie. De gouverneur kan de spilfunctie tijdelijk vervullen dankzij een uitzonderingsartikel in het Koninkrijksstatuut (artikel 51). Dat artikel maakt het mogelijk om bestuurlijk in te grijpen bij wanbestuur. Daar is volgens de Raad van State overigens geen sprake van, maar het is toch mogelijk omdat het gaat om een bijzondere situatie, namelijk de overgang naar een nieuwe staatkundig model. Opvolging van dat advies zet in de praktijk de Nederlandse en Antilliaanse parlementen buitenspel. De gouverneur legt alleen directe verantwoording af aan de Rijksministerraad. De Raad van State zegt zich van die situatie bewust te zijn. Maar het gaat om „een tijdelijke situatie” waarbij op termijn „de normale verantwoording weer kan plaatsvinden”. bewerk Beroemdheden van Curaçao
bewerk Externe links
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |