Amsterdamse tram.html

 
ca de en es fr it nl no pl pt ru ro fi sv tr vo


 

Combino uit 2002 op tramlijn 10 op het voormalige eindpunt Javaplein gereed voor vertrek naar de Van Hallstraat.
De tram is een kenmerkend onderdeel van het Amsterdamse straatbeeld, hier tramlijn 25 op het Damrak bij de Dam.

De Amsterdamse tram is het grootste tramnet van Nederland en een van de grootste tramnetten van Europa. De tram in Amsterdam wordt geëxploiteerd door GVB, tot 2006 heette dit het GVB (Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam).

Inhoud

bewerk Geschiedenis

De Dam met paardentrams, omstreeks 1903
Het paard van de paardentram naar Sloten werd vervangen door een bus, hier in de Bosboomstraat (de huidige Jacob Marisstraat), 1922.
Een tweeasser uit 1929; dit tramtype deed dienst tot 1968
Amsterdamse gelede wagens: enkelgelede wagen in de oorspronkelijke grijze kleur en dubbelgelede wagen in het geel.
Oude gelede wagen op het kruispunt Ceintuurbaan/Ferdinand Bolstraat. Dit tramtype deed dienst tussen 1957 en 2004.
Gele Amsterdamse tram, serie 725-779. Dit tramtype deed dienst tussen 1974 en 2003. De lijnkleur is te zien naast het lijnnummer.
'De Red Crosser' 3001 (ex-767) voorzien van voorzieningen t.b.v. gehandicapten (o.a. een lift).
Tramlijn 5 van het centrum van Amstelveen naar het centrum van Amsterdam met tweerichting BN-tram uit 1989.

Op 3 juni 1875 werd de eerste paardentramlijn van de AOM, de Amsterdamsche Omnibus Maatschappij, in gebruik genomen. Deze verbond de Plantage met het Leidscheplein. In het laatste kwart van de 19e eeuw werden paardentramlijnen aangelegd door de belangrijkste straten van Amsterdam en werden alle buurten binnen de Singelgracht met de Dam verbonden. Ook kwamen er lijnen naar de toenmalige nieuwbouwwijken, zodat er aan het einde van de eeuw zo'n vijftien tramlijnen waren naar onder andere de Vondelstraat, Overtoom, Willemsparkweg, Amsteldijk, Linnaeusstraat, Weesperzijde, Bilderdijkstraat en Ceintuurbaan. In de huidige tramlijnen 1, 2, 3, 4, 7, 9, 10 en 13 zijn nog duidelijk de routes van de oorspronkelijke paardentramlijnen te herkennen.

bewerk Gemeentetram

Per 1 januari 1900 nam de gemeente Amsterdam dit particuliere bedrijf over en ging het verder als de Gemeentetram Amsterdam (GTA). Van de AOM werden 242 tramwagens, 758 paarden en 15 gebouwen overgenomen. Tussen 1900 en 1906 werden, op een na, alle tramlijnen geëlektrificeerd. Ook werd het AOM-tramspoor met de afwijkende spoorwijdte van 1422 millimeter omgebouwd tot normaalspoor (1435 mm). In 1906 bestond het tramnet uit 12 elektrische tramlijnen (1-11 en 13). Hiervoor waren 229 nieuwe motorwagens aangeschaft. De vroegere paardentrams werden als bijwagens meegevoerd. De laatste paardentramlijn was lijn 12 Nassauplein – Sloterdijk, die in 1916 werd geëlektrificeerd. In 1921 kreeg Amsterdam door annexatie van de Gemeente Sloten er weer een paardentram bij die de Overtoom met Sloten verbond. Deze lijn werd in 1925 door een busdienst vervangen.

In 1906 werd de Amsterdamse Tramharmonie opgericht. Dit orkest, bestaande uit amateurmusici uit de regio Amsterdam, bestaat nog steeds.

bewerk Verdere ontwikkeling

Tussen 1910 en 1930 kwamen met de groei van de stad vele nieuwe tramuitbreidingen tot stand. Na de eerste dertien geëlektrificeerde tramlijnen kwamen er nog bij: lijn 14 in 1910, lijnen 15 t/m 18 in 1913, lijn 19 in 1916, lijnen 22 en 23 in 1921, lijn 20 in 1922, lijn 21 in 1928, lijn 24 in 1929 en lijn 25 in 1930. In 1931 bereikte het tramnet zijn grootste omvang met 25 tramlijnen. Hiermee waren (bijna) alle wijken in de tot 1940 gebouwde stad per tram bereikbaar. Het wagenpark groeide tussen 1900 en 1930 tot 445 motorwagens en circa 350 bijwagens. Dit waren alle tweeassers met een houten opbouw.

Van 1922 tot 1971 hingen er achterop de trams brievenbussen. Deze werden geleegd bij het Centraal Station; het distributiecentrum van de post bevond zich naast het station, aan het Stationsplein, later aan de Oosterdokskade. Dankzij de trambrievenbussen werd een brief toch op tijd bezorgd, ook als deze te laat was voor de laatste lichting van de reguliere brievenbus.

Door de economische crisis van de jaren dertig moest de tramdienst worden ingekrompen. In 1932 verdwenen de lijnen 12, 15, 19, 20 en 21. Met de Spoorwegwerken Oost kon de tram in de jaren 1939-'42 nieuwe wijken in Oost de Watergraafsmeer en het nieuwe Amstelstation en Muiderpoortstation gaan bedienen. In de jaren 1940-'45 kreeg de tram met èn grote drukte èn grote schaarste te maken. Diverse lijnen moesten weer gestaakt worden, totdat de hele dienst in oktober 1944 werd opgeheven door kolenschaarste. Veel tramwagens werden in oostelijke richting afgevoerd.

bewerk Naoorlogse periode

De Gemeentetram fuseerde in 1943 met de Gemeenteveren tot Gemeentevervoerbedrijf. Na de Tweede Wereldoorlog konden de tramdiensten in juni 1945 weer van start gaan. Tussen 1948 en 1950 werden zestig motorwagens en vijftig bijwagens aangeschaft, de drieassers. Zij werden gebouwd bij Werkspoor te Utrecht-Zuilen. Na een periode van wederopbouw werd in de jaren vijftig de een na de andere tramlijn opgedoekt. De bus was praktischer. Alleen voor de smalle Leidsestraat en Utrechtsestraat bleef de tram noodzakelijk omdat men het niet aandurfde hier bussen te laten rijden.

Halverwege de jaren vijftig kwam de (moderne) tram weer in de belangstelling. De 25 enkelgelede trams die in 1955 werden besteld voor de Leidsestraatlijnen 1 en 2, bevielen goed en werden in 1972-'73 verlengd tot dubbelgelede trams. Tussen 1957 en 1968 werden 160 nieuwe gelede wagens van Nederlands fabrikaat (Beijnes en Werkspoor) aangeschaft met de nummers 551-587 en 602-724. De oude tweeassers uit de vooroorlogse periode werden tussen 1945 en 1968 buiten dienst gesteld. De drieassers reden hun laatste ritten in 1983.

bewerk Uitbreidingen

Ook werden de nieuwe Westelijke Tuinsteden in het westen van Amsterdam op het tramnet aangesloten: Slotermeer in 1954, Osdorp in 1962, Geuzenveld in 1974, Slotervaart-Zuid in 1975, Nieuw Sloten in 1991, en De Aker in 2001.

Ter vervanging van oud materieel en voor uitbreiding van het tramnet werden in de jaren zeventig en tachtig 92 trams van Duits fabrikaat aanschaft bij Linke-Hofmann-Busch te Salzgitter. In 1975 kwamen de 725-779 en in 1979-'80 de 780-816. In de jaren tachtig beschikte het Gemeentevervoerbedrijf over 252 dubbelgelede trams, het grootste aantal in een stad in Europa.

In 1989-'90 kwamen 45 gelede wagens (nummers 817-841 en 901-920), gebouwd door BN. In dezelfde periode werd de eerste oude gelede wagens uit 1957 afgevoerd.

In 1990 kwam de tramverbinding met Buitenveldert en Amstelveen gereed. Tramlijn 5 gaat vanaf Station Zuid naar Amstelveen Binnenhof, terwijl lijn 51 vanaf Station Zuid als sneltram via Amstelveen Poortwachter naar Westwijk rijdt. Tramlijn 9 naar de Watergraafsmeer is in 1990 verlengd naar Diemen (de Sniep).

bewerk Recente wijzigingen

  • De verlenging van lijn 1 (december 2001) naar de nieuwbouwwijk De Aker.
  • De verlenging van lijn 17 (december 2001) van Osdorpplein naar Dijkgraafplein (in plaats van lijn 1).
  • De verlenging van lijn 16 (december 2003) van het Stadionplein naar het VU Medisch Centrum.
  • In mei 2004 is lijn 10 verlengd/omgelegd naar het Java-eiland (Azartplein). De lijnen 7 en 14 hebben sindsdien een andere route in Amsterdam-Oost (eindpunt Flevopark).
  • Tramlijn 6 reed sinds 12 december 2004 naar het eindpunt van lijn 16 bij het VU Medisch Centrum (Gustav Mahlerlaan).
  • Tramlijn 7 rijdt sinds 12 december 2004 naar het eindpunt van lijn 14 bij het Sloterpark.
  • Per 30 mei 2005 is de IJtram (tramlijn 26) geopend (CS – IJburg, 8,5 km) en is (aanvankelijk) lijn 16 verlengd van CS naar de Passagiersterminal (voor cruiseschepen).
  • Per 28 mei 2006 is lijn 6 opgeheven en is het traject CS – Passagiersterminal van lijn 16 overgenomen door lijn 25.
  • Per 10 december 2006 is lijn 24 verlengd van de Olympiaweg naar het VU Medisch Centrum.

bewerk Vrachttram

In maart 2007 werd door het bedrijf CityCargo een proef genomen met een vrachttram. De bedoeling is om in de toekomst het gebruik van vrachtauto's in de binnenstad te verminderen door vracht per tram te gaan vervoeren tussen de Aker, Frederiksplein en Plantage Parklaan.

bewerk Trammaterieel

Zie Amsterdams trammaterieel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

bewerk Huidig materieel

Interieur van de Combino.

Met de bestelling van 155 trams (nummers 2001-2151 en 2201-2204) van het type Combino van Siemens is de bestaande tramvloot tussen 2002 en 2004 voor een groot deel vernieuwd. Vier van de Combino's zijn als tweerichtingswagen uitgevoerd voor lijn 5 naar Amstelveen. Halverwege 2004 waren 140 Combino's afgeleverd. Als gevolg hiervan werden de laatste oude gelede wagens uit de jaren zestig in maart 2004 buiten dienst gesteld.

Omdat bij de Combino's tal van constructiefouten zijn ontdekt, zijn de laatste 15 aanvankelijk niet afgenomen. Een renovatie bij Siemens zou uitkomst moeten brengen. Een structurele oplossing voor de constructiefout werd eind september 2004 aangekondigd: Alle Amsterdamse Combino's zullen terug naar de fabriek in Duitsland gebracht worden voor reparaties en het versterken van de constructie. De twee jaar durende hersteloperatie is in april 2005 van start gegaan. In oktober 2005 werden de eerste vijf verbeterde Combino's aan de pers gepresenteerd. In april 2006 bleek dat de inmiddels aangepaste Combino's nog steeds ernstige gebreken vertoonden.

Voorts zijn er nog 37 gelede wagens (nummers 780-816), gebouwd door LHB in 1979-'80 en 45 gelede wagens (nummers 817-841 en 901-920), gebouwd door BN in 1989-'90. Hiervan zijn er 20 tweerichtingswagens, bestemd voor lijn 5 naar Amstelveen.

bewerk Tramremises en Hoofdkantoor

Het Scheepvaarthuis

Voor de exploitatie van het trambedrijf beschikt men over twee remises: Havenstraat (Oud-Zuid) vanaf 1914 en Lekstraat (Rivierenbuurt). Deze laatste remise uit 1927-'29 is gebouwd in Amsterdamse School-stijl. De Hoofdwerkplaats Tram is sinds 1996 gevestigd in Diemen-Zuid. Voordien was deze ondergebracht in de Remise Tollensstraat (Oud-West) uit 1902. Sinds mei 2005 kent het trambedrijf ook een emplacement op het Zeeburgereiland. Dit is speciaal aangelegd voor lijn 26, enerzijds vanwege ruimtegebrek in de remise Lekstraat, anderzijds om de in- en uitruktijden te verkorten.

Het van de AOM overgenomen hoofdkantoor was oorspronkelijk gevestigd aan de Stadhouderskade 2. In 1923 werd voor de Gemeentetram een nieuw hoofdkantoor in Amsterdamse School-stijl gebouwd op de hoek van de Overtoom en Stadhouderskade 1. In 1983 verhuisde het Gemeentevervoerbedrijf naar het Scheepvaarthuis (ook in Amsterdamse School-stijl) uit 1913 aan de Prins Hendrikkade 108. In 2004 werd een modern kantoor betrokken aan de Arlandaweg nabij Station Sloterdijk.

bewerk Enkele feiten

Het Amsterdamse tramlijnennet anno 2008.

De spoorwijdte in Amsterdam is 1435 millimeter (normaalspoor), de bovenleidingspanning is 600 volt en het tramnet is geschikt voor eenrichtingstrams, met uitzondering van tramlijn 5 waar tweerichtingstrams rijden.

De 16 tramlijnen maken gebruik van 213 km spoorlengte tramrails, de 4 metrolijnen van 81,2 km metrorails. De drukste tramlijn is lijn 5 (Centraal StationAmstelveen) met 42.000 instappers per dag. De langste tramlijnen zijn 7 en 14 (beide SloterparkFlevopark): 12,5 km. De kortste tramlijn is 4 (Centraal Station – Station RAI): 6,1 km. De oudste elektrische tramlijn is 10 (geopend in 1900), de nieuwste tramlijn is 26 (geopend in 2005). De lijn die het langst ongewijzigd bestaan heeft is lijn 24 (van 1929 tot 2002). GVB beschikt over 82 dubbelgelede trams en 155 trams van het type Combino. [1]

bewerk Huidige tramnet (2008)

bewerk Niet meer gebruikte tramlijnnummers in Amsterdam

De lijnnummers 6, 8, 11, 15, 18, 19, 20, 21, 22, 23 en 27 hebben ooit toebehoord aan Amsterdamse tramlijnen, maar thans zijn er geen tramlijnen met deze nummers. Hieronder een beknopt overzicht van deze tramlijnnummers.

  • Lijn 6 bestond van 1901 tot 1942 (Stadionvervoer tot 1958) en van 1977 tot 2006 en reed op diverse routes. In deze periode zijn er achtereenvolgens drie verschillende tramlijnen met dit nummer geweest. Als laatste reed deze van VU Medisch Centrum (Gustav Mahlerlaan) via het Leidseplein naar Plantage Parklaan.
  • Lijn 8 bestond van 1905 tot 1942. Deze tram reed door de oude Amsterdamse Jodenbuurt (Centraal StationNieuwmarktWaterloopleinWeesperstraatRivierenbuurt). De tram werd in de Tweede Wereldoorlog gebruikt bij razzia's. Toen in 1997 de Circle Tram door werd ingevoerd, wilde men deze het lijnnummer 8 geven, aangezien de 8 voor oneindigheid staat, doch dit werd na heftig protest van overlevenden veranderd in lijn 20.
  • Lijn 11 bestond van 1905 tot 1944, van 1949 tot 1955 en van 1993 tot 1996. Dit nummer wordt soms nog gebruikt bij evenementenvervoer.
  • Lijn 15 bestond van 1913 tot 1932 en van 1936 tot 1937.
  • Lijn 18 bestond van 1913 tot 1951.
  • Lijn 19 bestond tussen 1913 en 1938. In deze periode zijn er achtereenvolgens vijf verschillende tramlijnen met dit nummer geweest.
  • Lijn 20 bestond van 1922 tot 1932, van 1991 tot 1993 (spitslijn) en als Circle Tram van 1997 tot 2002. In deze periode zijn er achtereenvolgens drie verschillende tramlijnen met dit nummer geweest.
  • Lijn 21 bestond als paardentram/tractortram (ex-Gemeente Sloten) van 1921 tot 1925 en als elektrische tram van 1928 tot 1931.
  • Lijn 22 bestond van 1921 tot 1944 (Kringlijn Centraal Station).
  • Lijn 23 bestond van 1921 tot 1944 (Stadionvervoer tot 1958).
  • Lijn 27 bestond van 1962 tot 1971 (Versterkingsspitslijn voor lijn 17). Deze had toen de kleur van lijn 23.
  • De lijnnummers 28 en 29 zijn nooit voor Amsterdamse tramlijnen in gebruik geweest.
  • Het lijnnummer 30 wordt informeel wel gebruikt door de Electrische Museumtramlijn Amsterdam (HaarlemmermeerstationAmstelveenBovenkerk).

bewerk Lijnkleuren

Zie Lijnkleurgebruik bij trambedrijven voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bij de elektrificatie kregen alle tramlijnen een lijnnummer en een lijnkleur, een vierkant logo naast het lijnnummer zodat reizigers die niet konden lezen de lijnen toch konden herkennen. Ook de koersborden werden in deze kleuren uitgevoerd. Het was in het begin van de 20e eeuw gebruikelijk dat tramlijnen naast een nummer ook een kleur hadden. Ook de paardentramlijnen hadden al lijnkleuren. Niet alleen in Amsterdam, maar ook in andere steden (Den Haag, Rotterdam, Utrecht) hadden de stadstrams lijnkleuren, die later zijn afgeschaft.

De Amsterdamse lijnkleuren bestaan uit combinaties van een of twee kleuren (rood, groen, geel, blauw en wit). Niet alle kleurencombinaties zijn geoorloofd: zoals groenblauw en geelwit, dit vanwege het gebrek aan contrast. Het vierkante vlak is horizontaal, verticaal of diagonaal verdeeld. De ceintuurlijnen 3, 7, 9 en 10 kregen een lijnkleur in één kleur: resp. geel, blauw, groen en rood. De radiale lijnen kregen meestal een verdeling in tweeën. Later kwamen er ook lijnen met een verdeling in drieën (met telkens twee kleuren). Afwijkend zijn de kleurencombinaties van de lijnen 7 en 13: lijn 7 heeft blauw, maar voor de duidelijkheid zijn hier twee liggende witte stroken toegevoegd. Lijn 13 heeft wit, maar hier is een patroon in blauwe vierkantjes toegevoegd. Lijn 22 (aanvankelijk 19) had als enige lijn de kleur roze (kringlijn Centraal Station).

Volgens het huidige systeem zijn er 38 kleurencombinaties mogelijk. In de jaren tachtig zijn de nog nooit gebruikte combinaties toebedeeld aan de niet bestaande lijnen 27, 28, 29 en 30 en aan de metrolijnnummers 50 t/m 58. Vandaag de dag worden de lijnkleuren nog steeds gebruikt. Zij zijn te vinden naast het lijnnummer aan de voorzijde van de trams en sneltrams (ook wanneer sneltramrijtuigen op de metrolijnen 50 en 53 rijden).

bewerk Literatuur

  • Van Paardentram naar Dubbelgelede, Auteur: W.J.M. Leideritz, Uitgave De Alk, Alkmaar, 1979. ISBN 90-6013-904-6.
  • Spoor en tram materieel in Nederland. Auteur: Gerard Stoer, Uitgave De Alk, Alkmaar, 1982. ISBN 90-6013-916-X.
  • Trammaterieel in Nederland en België, Auteur: Herman van ‘t Hoogerhuijs, Uitgave De Alk, Alkmaar, 1996. ISBN 90-6013-948-8.
  • Lijnenloop Openbaar Vervoer Amsterdam 1839-1989, Auteur: H.J.A. Duparc, Uitgave: Gemeentevervoerbedrijf, Amsterdam, 1989. ISBN 90-9013-957-5.
  • De Amsterdamse paardentrams, Auteur: H.J.A. Duparc, Uitgave Schuyt & Co, Haarlem, 1997, nr. 29 van de boekenreeks van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en tramwegwezen (NVBS). ISBN 90-6097-455-7.
  • Onze tram in Amsterdam, Auteur: B. Korthals Altes, Uitgave Canaletto/Repro Holland, Alphen aan den Rijn, 1999, nr. 33 van de boekenreeks van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en tramwegwezen (NVBS). ISBN 90-6469-744-2.
  • Een Eeuw Elektrische Exploitatie van de tram in Amsterdam, Auteur: H.J.A. Duparc, Uitgave: H.J.A. Duparc, Delft, 2000. ISBN 90-9013-957-5.

bewerk Zie ook

De "Red Crosser" een oude "gele tram", door het Rode Kruis voorzien van rolstoellift en aangepast toilet, en in gebruik voor rondritten met mindervaliden.

bewerk Fotografen

bewerk Externe links

Portaal:Portalenoverzicht
Portaal Openbaar vervoer

bewerk Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
  1. ^ Informatie van www.gvb.nl
Wikipedia:Etalage
All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog.