|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Suger van St. Denis (Chennevrières, 1080 of 1081 - Saint-Denis, 13 januari 1151) was een Frans geestelijke, architect, politicus en geschiedkundige. Hij was de abt van de abdij van Saint-Denis en raadgever van de Franse koning Lodewijk VI. De onder zijn leiding en volgens zijn ideeën uitgevoerde verbouwing van het koor van de abdijkerk, die ook de Franse koningsgraven herbergt, geldt als het begin van de gotiek. De niet-militaire regeringstaken liet Lodewijk VI na 1125 over aan abt Suger.
bewerk LevenSuger leefde van ongeveer 1080 tot 1151. Rond 1090 werd Suger, van lage komaf, als oblaat in het klooster opgenomen, dat behoorde tot de orde der Benedictijnen. Daar ontmoette hij de kroonprins en latere koning Lodewijk VI. Van 1104 tot 1106 studeerde Suger in de school, verbonden aan de abdij van St. Benoît-sur-Loire; in 1106 keerde hij als secretaris terug naar St. Denis. Het volgende jaar werd hij proost van Berneval in Normandië en in 1109 van Toury. In 1118 stuurde Lodewijk VI Suger naar het hof van paus Gelasius II in Maguelonne. Tot 1122 leefde hij daar, de laatste jaren onder diens opvolger, paus Calixtus II. Suger was abt van het St. Denisklooster van 1122 tot aan zijn dood. Door zijn vriendschap met Lodewijk VI had Suger veel invloed aan het koninklijk hof. Tijdens de Tweede Kruistocht was Suger regent in de plaats van de koning. bewerk Geschriften
Tijdens zijn leven heeft Suger een aantal geschriften geschreven die belangrijk zijn, omdat zij inzicht bieden op de manier waarop Suger als abt aankeek tegen zijn eigen bestuur en invloed. Meer algemeen kunnen zij ook bijdragen aan de interpretatie van bepaalde gebeurtenissen waarbij Suger betrokken was, en dan met name de verbouwing van de kerk van St. Denis. Erwin Panofsky heeft een aantal geschriften van Suger vertaald naar het Engels[1]. Suger was geen geweldig auteur. Henri Waquet, die één van zijn werken, Het leven van Lodewijk de Dikke, heeft vertaald, omschreef zijn schrijfkunsten treffend als “un manque total du goût litéraire” [2]. Van alle teksten van Suger bestaan alleen laat-twaalfde eeuwse kopieën, geschreven door monniken van het klooster van St. Denis. Van twee werken, De Administratione en Het leven van Lodewijk de Dikke, kan vastgesteld worden dat ze niet compleet zijn. bewerk Datering van de geschriftenDrie geschriften behandelen Sugers eigen abdij: De Ordinatione, De Consecratione en De Administratione. Geen van de titels is authentiek, noch bestrijken de teksten strikt datgene wat de titels aangeven. De datering van de teksten is interessant, gegeven de controverse tussen Bernard van Clairvaux en Suger. Het eerste werk, De Ordinatione, kan vrij zeker gedateerd worden: het noemt de fundering van de kooromgang van de kerk, begonnen juli 1140, en is zeker geschreven voor de dood van een getuige, in januari 1142. De Consecratione is geschreven na de inwijding van de kooromgang, 11 juni 1144, en voor De Administratione. Van die laatste is de datering minder duidelijk. Suger geeft zelf aan dat het werk in 1148 is geschreven, maar Rudolph[3] heeft aangetoond dat dit niet waar kan zijn: de constructie van het transept, het schip en de torens op het westwerk, niet genoemd in De Consecratione, worden hier beschreven in vergevorderd stadium. Bovendien schrijft Suger dat hij met getuigen heeft gesproken die in zowel Jeruzalem als Constantinopel zijn geweest – iets dat verbonden kan worden met de Tweede Kruistocht. Deze keerde pas eind 1149 terug naar Frankrijk. Tot die tijd was Suger als regent belast met de regering van Frankrijk, en tijdens deze tumultueuse periode had hij geen tijd voor zo een omvangrijk werk. Omdat Suger in september 1150 ziek werd (waarna hij in januari 1151 overlijdt). Rudolph stelt daarom voor De Administratione te dateren in de eerste maanden van 1150. bewerk BouwactiviteitenSuger staat bekend als de architect die eigenhandig de Gotische stijl heeft geïntroduceerd. Er kan echter vrij stellig worden ontkracht dat er bij Suger sprake was van een van te voren bedacht, alomvattend plan. Suger zelf geeft aan dat elk bouwproject als vanzelf uit het vorige voortvloeide. Een aantal keer herhaalt hij in De Consecratione ook dat hij zich zorgen maakt om de eendracht en harmonie. Suger begint zijn omvangrijke bouwprogramma al in 1122, het jaar dat hij abt wordt, met de reparatie en schildering van het oorspronkelijke schip. Terwijl daaraan gewerkt wordt, ontstaat in 1125 het idee om het westwerk te renoveren. Pas veel later, vanaf 1137, ontstaan de plannen om het westwerk en ook de kooromgang te vergroten. bewerk Ontstaan van de GotiekVoor zover stijl iets is dat binnen een gebouw gedefinieerd en onderscheiden kan worden, lijkt er in de St. Denis sprake van een stijlomslag. Als de narthex vergeleken wordt met het koor, dan is er een opmerkelijk verschil zichtbaar. Niet alleen als wordt gekeken naar eigenschappen als lichtheid, maar ook de rijkdom aan details, de veelheid aan vormen en andere aanwijsbare kenmerken. De scheiding is echter niet zo eenvoudig aan te wijzen. Zowel van de kant van Suger en diens geschriften, als vanuit het gebouw, kan worden aangetoond dat de tweedeling niet gezien moet worden als tweedeling in stijl. Er zijn twee problemen met de min of meer ‘traditionele’ scheiding tussen de narthex en de kooromgang. In de eerste plaats zijn de verschillen gemaakt op stilistische gronden, en niet op archeologische. Ten tweede is het gemaakte onderscheid te beperkt: de verschillen in stijl die kunnen worden aangewezen, zijn verschillen tussen de begane grond van het voorportaal en de arcade en kapellen om het koor. Als men de bovenverdieping van de narthex vergelijkt met de begane grond, kan ook een dergelijk stilistisch onderscheid worden aangetoond; ditzelfde geldt voor de crypte en de kooromgang.
|
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |